Over

"The Black Cat Territory. Fictions and Frictions of Inhabited Space" is een internationaal en interdisciplinair onderzoeksproject dat zich richt op de culturele, artistieke en materiële betekenis van het concept "interieur" als bewoonde ruimte, met bijzondere aandacht voor de processen, rituelen en behoeften die samenhangen met het leven in ontworpen architectonische ruimte. Het project onderzoekt de manier waarop sporen bezinken in "Schichten" en lagen in "Geschichte" - het interieur wordt geïnterpreteerd als palimpsest. Door middel van fotografie, installatie, projectie en sculptuur behandelt het voorgestelde multimediale artistieke onderzoek diverse lagen en gelaagdheden: lagen
die betrekking hebben op de zintuigen en het haptische (zoals visuele sporen, geluid, licht, schaduwen, geuren, temperatuur, vochtigheid), immateriële sferen (herinneringen, ideeën, dromen, het unheimliche, het surreële, het poëtische), gebeurtenissen die in de tijd plaatsvinden, interacties tussen de intieme en de publieke ruimte. Het onderzoek is geïnspireerd door kritische theorieën over bewoonde ruimte, ruimte als omhullend oppervlak, Benutzeroberfläche" in architectuur, visuele tactiliteit en multi-zintuiglijke ervaringen, textiel in/als ruimte, interacties tussen ruimte en tijd, tussen reële en virtuele ruimte.

Vanuit het perspectief van de Schone Kunsten wil dit onderzoek bijdragen tot de stimulatie, uitbreiding en innovatie van de onderzoeksparadigma's toegepast binnen interieurdesign/interieurarchitectuur. Het uitgangspunt van dit onderzoek is dat de onderzoeksmethoden ontwikkeld binnen Beeldende Kunst en specifiek binnen het artistieke werk van Sarah Westphal nieuwe benaderingen bieden voor het ontrafelen, registreren en herschrijven van de condities van de bewoonde ruimte, die met conventionele onderzoeksmethoden zeer moeilijk te benaderen zijn gebleken. Door de methodes binnen het werk van Sarah Westphal te bestuderen, te kaderen en te verduidelijken, zal het onderzoeksproject bijdragen aan het debat over en, in het verlengde daarvan en idealiter, aan de ontwikkeling van de "gereedschapskist" die de onderzoekende "interiorist" ter beschikking staat. Terugblikkend op de eerste fase van de verschuiving naar academische profilering van de interieurdiscipline, zijn conventionele onderzoeksmethoden bruikbaar wanneer het interieur conceptueel wordt beschouwd als een materieel artefact of als een gegeven en gevonden toestand, maar minder wanneer het interieur wordt beschouwd als een proces van interiorisatie, als geleefde ruimte, als een situationele toestand bepaald door de tijd.

Onderzoekers:

  • Lut Pil (projectleider, KU Leuven/LUCA)
  • Sarah Westphal
  • Silke Opitz
  • Inge Somers

Onderzoekseenheid: Image

Looptijd: 2015 - 2017