Viool/ Kamermuziek

Waar ik voor sta

 

Ik weet niet, waar de student dient uit te komen. Evenmin geloof ik, dat de student dat zelf weet. Wezenlijk weet niemand dat. Ik hoop enkel, dat we elkaar ontmoeten en samen een weg afleggen. Op die weg, gaan humane en muzikale ontwikkeling hand in hand. Bij alle betrokkenen.

Ik stimuleer exploratie. Daartoe tracht ik bovenal om veiligheid te bieden. Ik geloof namelijk dat exploratie zich als vanzelf voordoet, naarmate een mens zich basaal veilig voelt. Leeftijd speelt daarbij geen rol.

Ik geef zo weinig mogelijk instructie, ik benoem zo weinig mogelijk symptomen. Reden is, dat ik aan de – gangbare want typisch moderne - splitsing tussen een voelend en bewegend mens enerzijds en een zichzelf objectiverend en beoordelend mens anderzijds, voorbij wil.

Ik geloof in de adem. Muziek is voor mij allereerst georganiseerde adem. Adem gaat hand in hand met lichaam zijn of worden. Het is de tijd-ruimtelijke omgeving waarbinnen ik me als mens bevind en beweeg.

Ik geloof in overgave, oneindig veel meer dan in controle. Controle staat op de noemer 'beveiliging' of 'bewapening'. Deze is enkel nodig naarmate iemand zich aangevallen voelt. 'Muziek delen' heeft hier wezenlijk geen uitstaans mee.

Ik geloof in het oefenen van het lichaam. Dat resulteert in een veel minder frequent doorspelen van het repertoire. Tegelijk biedt het een ongewone kijk op wat we 'techniek' noemen. Dit laatste is voor mij niet een motorisch neutrum dat wie speelt toepast of inzet binnen een pas door de componist met muzikale zin geladen geheel. Techniek is inderdaad het oefenen van het lichaam, tot dit toelaat dat het innerlijke zingen via beweging naar buiten komt.

Lichaam zijn of worden, is leren ademen en leren staan. Tegelijk is het leren zichzelf ervaren als gesitueerd. In tijd en ruimte. Samen, en dat met werkelijk ieder die me nabij is. Mijn leven krijgend vanuit stilte.

Daarom ook geloof ik in traditie: 'origineel' is dan niet wat uit mijzelf als origine ontstaat; 'origineel' is wat en wie voortkomt uit de diepe lagen van collectief geheugen van meerdere generaties waaruit het naar boven komt.

Jegens de traditie geloof ik in nederigheid zonder slaafsheid. Ik tracht composities te doorgronden tussen de lijnen van de codering door. Dat vergt studie. Deze studie omvat research doch veel meer: ik ben er met mijn ganse wezen in betrokken.

Optreden stimuleer ik vanuit deze optiek dàn, wanneer de student zowel als ik het gevoel hebben, dat het bewegen samen valt met het narratief van de compositie. Een 'toonmoment' vertaal ik als moment of sharing. Show komt er niet aan te pas.

Ik vat samen. Naarmate Mozart mìj speelt, veeleer dan ik Mozart, is er muziek. Via muziek komt mijn eigenheid aan het licht. In deze eigenheid ben ik juist niet het centrum van mijn bewustzijn. Eigenheid geeft de hand aan verbondenheid.

 

 

©2018 LUCA School of Arts. Lees onze gebruiksvoorwaarden en privacybeleid.

website by