vr 15.10.2021, 14u - zo 14.11.2021, 18u

Kasteel Ter Beken, Beekstraat 1-3, 9030 Gent

vrijdag, zaterdag en zondag van 14 – 18 u.

Tentoonstelling

Elk jaar maakt LUCA een selectie onder de afstuderende studenten en toont hun werk in een groepstentoonstelling. Dit jaar brengt 'Memories for the Future' beeldend werk samen van een aantal veelbelovende jonge kunstenaars op campus Ter Beken. Dit historische decor is tezelfdertijd ook een nieuwe campus voor LUCA in Gent.

LUCA Young Artists 2021

MEMORIES  FOR THE FUTURE

Jonge kunstenaars studeren pas af, stellen tentoon in een kasteel en drijven al mee met de stroom van de geschiedenis. Het verleden tekent ons op duizend-en-één manieren, niet alleen als historische kennis maar vooral onbewust in het leven zelf. We dragen het erfgoed mee in ons DNA,  in onze gewoonten, in de taal en in de immateriële cultuur. Alle kunst is drager van haar tijd, of ze nu hardnekkig vasthoudt aan de traditie of juist een beeldenstorm beoogt. De klok tikt onvermijdelijk verder en precies kunst die zich aan het verleden vastklampt of ertegenin vaart, wordt onderdeel van een tijdsbeeld. Niets belet de kunstenaar om met volle teugen het leven tot zich te nemen en tegelijk met jeugdige nieuwsgierigheid ontelbare indrukken op te doen. Uiteindelijk is het met zijn/haar persoonlijkheid dat hij/zij een originele bijdrage tot de kunst levert.   

Kunst in een historisch decor

Een beschermd monument als Kasteel Ter Beken draagt een decor van drie eeuwen met zich mee, vooral de achttiende en het begin negentiende eeuw.  Dat dwingt respect af, slorpt aandacht op van de bezoeker en interfereert met de hedendaagse kunstwerken.  Hierin schuilt het gevaar dat het verleden de overhand neemt en dat de jonge kunstenaar zich volledig plooit naar het welbehagen van de omgeving.  Nostalgie verdringt zo actualiteit.  In dat geval streven we meer naar een reconstructie van een vervlogen tijd die we nooit zelf aan den lijve hebben ervaren.  Dat kan esthetisch en educatief interessant zijn, maar maakt abstractie van de ontstaanstijd van de kunstwerken. Aan de andere kant kunnen we zodanig tegen dat verleden ageren, dat het ons eigenlijk afleidt van wat we in essentie te vertellen hebben. Of we zouden dat ‘storende decor’ kunnen wegduwen met ostentatieve interventies.

Bij de uitwerking van deze tentoonstelling opteerde ik als curator resoluut voor een andere, meer serene benadering. De eigenheid van het actuele kunstwerk primeert. Het hele circuit stelt de kunstwerken centraal. Tussen hen loopt de rode draad die we tijdens ons bezoek volgen. Deze beleving situeert zich in het najaar van 2021, een tijdsperiode waarin er ontzettend veel gebeurt. Ondanks alle problemen verwachten we dat er na een crisisperiode een veelbelovend perspectief voor kunstenaars in het verschiet ligt. We blikken vooruit naar andere oorden en klampen ons niet vast aan een elegant decor. Dat aanwezige verleden begeleidt ons wel de hele tijd langs kamers, trappen en gangen. De vervlechting van het huidige tijdsgewricht met de voorbije eeuwen laat ons toe alle aanwezige periodes te waarderen en te relativeren. Tegelijk treedt elk uniek kunstwerk in relatie tot de concrete ruimte waarin het functioneert: de ornamenten, de volumes en de lichtinval, de doorkijk naar andere zalen. Al ontdekkend schuifelen we tussen heden en verleden door naar de kunstwerken. We vergeten de tijdperken vol vastliggende gebeurtenissen en betreden een mentale ruimte. De ene na de andere gevulde eeuw vliegt voorbij maar in een verlaten salon lijkt elke periode een eeuwigheid te duren, vol onbesliste wendingen. Er is nog ruimte voor fantasie en alternatieve tijdslijnen. De draad op de spoel is nog niet ontrold en kan nog vele richtingen uit. In die abstracte beleving haalt de eigen creativiteit het van de gefixeerde chronologie. Tussen de barsten en spleten van de muren komen we terecht in onze eigen tijdsruimte die we zelf invullen met onze creatieve fantasie.

Een nieuwe lichting kunstenaars

Bij de autonome kunstenaars die in 2021 aan LUCA School of Arts afstudeerden, troffen we opmerkelijk talent aan. In die mate zelfs dat de uiteindelijke keuze niet evident was. Het streefdoel van een sterke tentoonstelling leidt onvermijdelijk naar diegenen met uitgesproken werk op dit afstudeermoment.  Verrassend slagen deze kunstenaars er in om hun werk in het onvoorziene decor van het kasteel te integreren.  Onderweg merken we tussen al hun verschillen toch een gemeenschappelijke noemer op.  In hun optimisme over de eigen tijd grijpen ze terug naar aspecten uit het universeel erfgoed van deze planeet, in combinatie met een flinke dosis verbeeldingskracht. Composities van intieme teksten enten zich vast op de tapijten van Paulien Jans, alsof ze een blijvende getuigenis bewaren van familiale spanningen. De symbolen op de ‘textiele schilderijen’ van Celina Vleugels verlenen een sprookjesachtige dimensie aan haar levensverhaal. Daarbij hebben we het raden naar wat feit of  verbeelding is. Textiel wordt door beide voornoemde kunstenaars gehanteerd als volwaardig medium binnen de autonome kunst. Met touw, verf en plakband tovert Bo De Maesschalck gebruikte spullen om tot hangende composities. Het werk zweemt tussen herinnering aan de oorspronkelijke functie en poëtische herbestemming, of tussen concrete referenties en abstractie. De weinig esthetische materialen worden met beeldend inzicht gerecycleerd tot transparante vormen die de bezoeker doorheen de traphal begeleiden. Op het eerste gezicht spitsen de tekeningen en video’s van Emel Bayat zich toe op minimale vormen. Het zijn fragmenten die zich losmaakten van een groter geheel (rotsen of bloempotten bijv.) en in hun abstractie autonomie veroverden. Op de toeschouwer kunnen ze zowel een esthetische als een puur conceptuele indruk nalaten. Al bij al duiden ze ook op het intieme  karakter van heel dat ontwikkelingsproces dat varieert tussen beweging en stilstand. In een salon wordt de bezoeker uitgenodigd een afgeschermd theater te betreden dat de grenzen tussen fictie en realiteit op losse schroeven zet. Waar begint en eindigt de enscenering? Het gelaagde decor dringt zowel onze ruimte binnen als dat het met de dieptewerking speelt. Wie is acteur van welk verhaal en wie verzon de geprojecteerde commentaren? Minne Bezuijen bevraagt  de status van het verhaal, de acteurs en de waarnemer.  In de filminstallatie ‘Petal’ dompelt Basile Rabaey ons helemaal onder in een bevreemdend verhaal van een eenzame man die in het reine probeert te komen met zijn verleden. Al snel groeit zijn zoektocht uit tot een imaginaire wereld vol droombeelden en mysterie.  Wat gebeurt er precies, of moeten we dat zelf uitmaken?  De sterke aanwezigheid van de wilde natuur, water en vuur, zon en maan wekt een kosmische ervaring op die het individuele verhaal ver overschrijdt. Elk beeld lijkt beladen met meerdere betekenissen, alsook met referenties aan kunst en film. De confrontatie tussen de mens en een overweldigende natuur staat ook centraal bij Senja Vasunta Penttilä. Tussen haar derde en veertiende levensjaar verhuisde ze met haar ouders veertien keer op drie continenten, waarna ze acht jaar in België opgroeide. Nergens voelde ze zich echt thuis, totdat ze de Scandinavische bossen met hun eindeloze bomenrijen en geïsoleerde landschap herontdekte. De subtiele weergave van het licht en de empathie met het onderwerp vormen essentiële kenmerken van haar beeldpraktijk. Fotografie is een populair medium dat tegelijk eenvoudig als uiterst complex kan zijn. Kobe Ruysen kocht een verzameling familiefoto’s die hun oorspronkelijke bestemming verloren. Dit soort fotografie staat ver af van elk idee van kunst maar ook van een grandioos onderwerp of een utilitaire functie. Vervolgens gaat de kunstenaar daarmee tewerk als een ‘artistiek onderzoeker’, interpreteert het materiaal, zet verdere artistieke stappen en presenteert het resultaat als een kunstwerk. Tegenover uitvergrote familiefoto’s filmt hij zijn performances gelinkt aan het beeldmateriaal. Het finale resultaat oogt als één groot rek vol afzonderlijke foto’s, aangevuld met filmstills, videoschermpjes, mappen en teksten. Het lijkt wel alsof we een blik werpen op het atelier. Van alles ligt er schijnbaar nonchalant uitgestald, maar in werkelijkheid is er wel degelijk een artistieke ordening. Geerke Sticker grijpt in haar sculpturen en installaties terug naar basiselementen van het leven, vaak organische materialen zoals planten en melk maar ook verbondenheid met mensen en omgevingen. In het rococosalon plaatst ze op de vloer een transparante sculptuur van een borst te midden van een melkinstallatie. De witte vloeistof rijmt met het witte salon. Op  de sculptuur kleeft er pasta van melk, die in de tijd evolueert. Symbolisch valt er veel over te zeggen. Zowel de rococotijd als de installatie verwijzen naar het landelijke leven, terwijl de biologische melk en het natuurlijke proces de zoektocht evoceren naar een broos evenwicht tussen mens en natuur.  Mathis Bergez tenslotte beperkt zich tot de schilderkunst, maar in die condensatie ligt tevens zijn sterkte. Meteen begeeft hij zich op een terrein dat de erfenis meetorst van vele tijdperken en bewustzijnsniveaus. De kunstenaar komt los van één tijd, hij kiest niet uit een bepaald verleden maar ook niet uitsluitend voor wat we als de ‘huidige tijd’ waarnemen. De symbolen, technieken en referenties vormen een nieuwe werkelijkheid, waarvan de actualiteit zowel bij de kunstenaar als bij de kijker zelf ligt.

De tentoonstelling kan dus op vele manieren worden bezocht, zoals deze tekst evenmin strikt het ruimtelijke parcours volgt. Bezoekers worden tevens uitgenodigd om de ervaring van de tentoonstelling verder uit te diepen tijdens een wandeling langs de gebouwen tot in het park.

Filip Luyckx, curator  

Spread the word